FRAGMENT

Ik beeld me de mensen in. Alle mensen die ik ken beeld ik in. Ze lopen in mijn hoofd over een gladde, spiraalvormige trap. Een trap zo glad als ik hem maar kan maken. Iedere bezoeker op mijn trap zit vast aan een touwtje, zodat ze er niet vanaf glijden. Voorzichtig schuifelen ze naar boven om dichterbij te komen en om de top te bereiken.
Langzaam knip ik de touwtjes door die de mensen verbinden aan mijn trap. Na het knippen van hun touwtje klampen ze zich met een laatste poging tot houvast aan de trap. Ze proberen hun nagels in groeven te duwen. Maar na enkele seconden wachten, glijden ze één voor één de oneindige diepte in die ik creëer.
Van mijn trap af.
Ik heb van alle mensen die ik ken de touwtjes doorgeknipt.