Productie: Dwarslopers Festival 2019

Vanuit de Vrije Hogeschool wordt op 16 maart 2019 het Dwarslopers Festival georganiseerd. Hiervan draai ik de productie.

AM_Banner_JAN_2019

Het geluid van het jaar 2068 is een totaal ander geluid dan het geluid van mei 1968. Met tientallen dwarslopers stellen we de vraag: waar verloren we het geloof aan de wereld en hoe vinden we het terug? Wat voor toekomst hebben we voor ogen als we in de wereld kunnen geloven?

Op het Dwarslopers Festival 2019 delen we visioenen van de toekomst. We verbeelden de toekomst van de mens  waar we in kunnen geloven, in een tijd waarin de mens bijna lijkt te bezwijken onder economische, ecologische en politieke systemen.

’s Middags brengen kunstenaars, wetenschappers, politici, sociaal ondernemers  en studenten en alumni van de Vrije Hogeschool verhalen over transhumanisme, menselijke identiteit en ecologie op verschillende locaties in Zeist. Lezingen en debatten worden afgewisseld met muziek, tentoonstelling, theater, dans en workshops.

Het festival wordt afgesloten met een concert van het VU-Kamerkoor en Bert Barten’s ‘Talking Trees’. Tussendoor kun je genieten van bijzondere optredens van Liberal Arts Tussenjaar studenten van de Vrije Hogeschool.

Het VU Kamerkoor viert haar 50-jarig jubileum door 50 jaar vooruit te kijken. Componisten Merlijn Twaalfhoven, Ernst Reijseger, Roel van Oosten en Imre Ploeg schetsen ieder een mogelijk toekomstbeeld.

Tijdens de voorstelling ‘Talking Trees’ – onvergetelijk en zelden uitgevoerd – maken de bomen op het festivalterrein letterlijk muziek voor je en klinken de bomen samen met studenten, koren en het publiek: jij dus!

Voor meer informatie en kaartjes, klik hier!!!

DL_Knop_Tickets_2

Advertenties

Première ‘Vlieg niet als je geen vleugels hebt’

*TROMGEROFFEL*
Na lang wachten komt dan eindelijk de masterfilm ‘Vlieg niet als je geen vleugels hebt’ op het witte doek! Jullie zijn van harte uitgenodigd zondag 25 november de korte film van Esmoreit Lutters te bewonderen in het Maaspodium in Rotterdam!

Inloop 13:00 uur
Start inleiding film 13:30 uur
Start film 14:00 uur
Afsluitend gesprek 14:30 uur
Borrel 15:00 uur

Esmoreit kijkt er ontzettend naar uit om jullie het werk van hem en zijn getalenteerde cast en crew te kunnen laten zien.
Zet het groot in je agenda, dit wil je namelijk niet missen!
Om de opkomst (en daarmee de grootte van de zaal) te kunnen inschatten, willen we jullie vragen je aan te melden, door een mail te sturen naar vliegnietalsjegeenvleugelshebt@gmail.com
Zet in de mail duidelijk je naam en met hoeveel personen je komt.

We kijken ernaar uit jullie dan te zien!

Hopelijk tot op de première!

 

poster film.jpg

Organisator: Pop-up overzichtstentoonstelling Hans van Strien

Ter ere van de 70ste verjaardag van mijn vader organiseer ik een pop-up overzichtstentoonstelling van zijn beeldend werk.

 

POP-UP OVERZICHTSTENTOONSTELLING HANS VAN STRIEN

Beeldend werk te zien van 1966 tot heden.
De tentoonstelling omvat 72 werken op doek of paneel en 547 werken op papier.

U bent van harte uitgenodigd op 9 september 2018!

ZONDAG 9 september 2018
13:30 tot 18:00 uur
Made in 4havens
Keilestraat 9, Rotterdam.
TOEGANG GRATIS!

Voor meer informatie en aanmelding:
www.kunstvanhansvanstrien.nl
Facebook evenment

 

Flyer hans van strien .jpg

IMG_4641

IMG_4642

IMG_4643

IMG_4644

 

f5c906e2-9914-44a9-b753-379947cb71c7

69d3eb79-2f37-432f-abc4-f5b4960310fb

 

ALS IK GELIJK HEB

 

 

 

 

AFSTUDEERNOVELLE LASSE VAN STRIEN
Creative Writing ArtEZ Hogeschool voor de kunsten

€12,50
Geïnteresseerd? Stuur me een bericht.

Stuur me een mail als je een exemplaar wil.

Lasse van Strien (1995) schreef voor haar afstuderen een novelle over het volwassen worden. Wanneer ben je eigenlijk een vrouw? En wanneer ben je te oud om in de aardappelkast te spelen? 

‘Als ik gelijk heb’ gaat over verstoppen, verhoudingen, aardappelmannetjes, haren opsteken en eerlijk zijn. 

De novelle is ontworpen en geïllustreerd door Lyanne Tonk

 

IMG_3595

IMG_3592

IMG_3598

IMG_3596

IMG_3597

IMG_4528

IMG_96C5566251AE-1.jpeg

‘WE LOVE BOOKS’ – Johanna Kessler

Boekenliefhebbers in woord en beeld       –       Johanna Kessler

Als boeken balsem voor de ziel zijn, zou je boekencollecties spiegels van de ziel kunnen noemen. Waarom zijn tastbare boeken begeerlijk en betekenisvol, ook in deze digitale tijd en veranderende leescultuur? Wat betekenen boeken en waarom verzamelen mensen ze graag?

Fotograaf Johanna Kessler portretteerde meer dan vijftig boekenliefhebbers uit Nederland en België, in leeftijd variërend van 19 tot 101 jaar, bij hun boekenkasten. In We Love Books vertellen zij het verhaal van hun ‘grote liefde’.

IMG_1795
© Johanna Kessler

Lasse van Strien

Momenteel volg ik aan ArteZ Hogeschool voor de kunsten de opleiding ‘Creative Writing’.  Een opleiding die je creativiteit aanwakkert, op scherp zet en leert kijken naar alles om je heen. Want alles is immers materiaal.

Alles om me heen probeer ik in woorden om te zetten. Het geknisper van de bladeren, een gezichtsuitdrukking, het geschuifel van schoenen op de trap. Een puzzel met woorden. De woorden, beelden, details, gedachten, draaien in mijn hoofd. Ik begin gewoon met schrijven en verras mezelf met wat er op papier komt.

Het boek dat ik in mijn handen heb is: ‘Vogels die vlees eten. Het raakt me iedere keer. Het liefst zou ik iedereen willen meenemen in deze korte verhalen van Thijs de Boer. Ze zijn eerlijk en rauw geschreven. Hij vertelt je de waarheid, laat je knipperen en breekt vervolgens ook gewoon je hart. Maar dat vergeef ik hem, want hij heeft een stem die snijdt en ik blijf ernaar luisteren.

Ik houd van de boeken in mijn boekenkast. Van de onderstreepte zinnen, de rafelranden, de doorbogen ruggen. Ik houd van doorleefde boeken, een verhaal in een verhaal. Bij een gerafeld boek vraag ik me soms af wie dat nog meer in handen heeft gehad. Uit welke zinnen die persoon hoop haalde, en op welke momenten dat dan was. En waarom sommige bladzijden er bijna uitvallen. Omdat ze zo vaak gelezen zijn of omdat die persoon het boek jaren in een tas bij zich heeft gedragen? Of omdat het boek in een ruzie tegen een muur geknald is?

Vroeger las ik om de realiteit te ontvluchten, nu lees ik boeken om ze te snappen, om mee te voelen met de personages, omdat ik ze nodig heb en zij mij nodig hebben.

Ik weet nog, toen ik veertien was op vakantie in Engeland, nog volledig met mezelf in de knoop zoals dat ook wel hoort op die leeftijd, dat we terecht kwamen in een boekwinkeltje. Een kleine ruimte met smalle gangen waar het rook naar koffiebonen, vers gedrukte bladzijden en naar mensen die daar dagen achtereen leken door te brengen. Overal waar je keek lagen stapels boeken, van de grond tot aan het plafond. Je moest er tussendoor kruipen om bij de volgende rij te komen. Mijn moeder vond het maar beklemmend, ik voelde me thuis.

Daar, in die kleine boekwinkel in Engeland, ontstond mijn droom, om ooit in mijn huis een kamer te hebben die net zo gevuld zou zijn met boeken.

Stemmen die snijden, daar blijf ik graag naar luisteren.

IMG_1798
© Johanna Kessler

 

IMG_1796
© Johanna Kessler

 

IMG_1797
© Johanna Kessler

 

IMG_1799
© Johanna Kessler

REGELS VOOR KUNSTENAARS – Linde Witsiers

 

 

Schrijfatelier – Lasse van Strien : Wat gebeurt er als je wel blijft kijken? (2017)

Dit is de eindopdracht (tekst en beeld) van student Linde Witsiers.

 

In dit schrijfatelier hebben de studenten zes weken lang geschreven. Zij zijn intensief bezig geweest met het opnieuw leren waarnemen en proza leren schrijven. Ook zijn zij bezig geweest met de betekenis van de ogen van de ander, perspectief en welk effect dat heeft op je schrijven.

In die periode van zes weken zijn er verschillende opdrachten geweest die bovenstaande thema’s bevatte. Uiteindelijk kregen de studenten de ruimte om één grote tekst te schrijven, waarin de ogen van de ander, subtiel of nadrukkelijk, naar voren zou komen. Daarbij was ook de ruimte om met beeld te experimenteren.

 

Dit schrijfatelier is gegeven op de Vrije Hogeschool
Dit filmpje was ook te zien op: het youtube kanaal van de Vrije Hogeschool

 

 

 

 

 

ALS IK NIET…

 

 

Als ik niet op dinsdagochtend mijn bed uit gekropen was, onder de net te warme dekens, als ik niet op die stoep had gestaan en al die blikken had gezien, als ik niet dat lege gevoel in mijn buik had gevoeld, het gevoel alsof er een hapje was genomen uit mijn vlees, als ik niet naar hem had gekeken terwijl hij naar de rondzwemmende vissen aan het kijken was, als ik niet precies op dat ene moment op de dag naar mijn kleine minuscule wijzertje op mijn horloge had gekeken, als ik niet mijn koffie op de grond had laten vallen, waardoor de onderkanten van mijn blauwe broekspijpen bruin kleurden, als ik niet het verlangen zo stevig had gevoeld om terug te kruipen onder mijn dekens, als jij niet aan de overkant had gestaan en mij had aangekeken, dan was je niet meer dan een schim geweest in de chaos aan onbekende ogen, dan had ik je nooit kunnen missen.

Want wat is de ander nog, als die er niet meer is, of nooit is geweest. Wat zijn deze woorden nog, nadat de stilte zo meteen valt? Luister je dan nog?

 

 

 

Schilderij: J. McNeill Whistler

OF JE EEN MEISJE BENT, OF EEN VROUW?

 

Of je een meisje bent? Of een vrouw?
Het moment dat je niet meer bloost wanneer je lekt maar blij bent, haren opsteekt, agenda’s van essentieel belang zijn, je tong een andere functie krijgt, gekleurde zoetigheid laat liggen en borsten omhoog begint te duwen.
Je het gevoel van vervelen niet meer kent, meesters, buurjongens, mannen opeens in ander licht komen te staan en je afscheid neemt van spelen.
Mensen zeggen dingen, je moet niet altijd luisteren.

Of je een meisje bent, of een vrouw?

 

 

 

 

Schilderij: Munch – puberteit

VAN ALLES TWEE

 

Twee borden in huis hebben, twee soepkommen, twee wijnglazen, twee servetringen en twee kruiken voor de koude avonden. Van alles twee, om te maskeren dat je alleen bent.

Op de voicemail je eigen naam weggelaten en er familie van gemaakt. Om te doen alsof je samen bent. Alleen zal de ander nooit aan de telefoon komen.

Aan de ander kant van het bed ’s avonds voor het slapen gaan een warme kruik neerleggen. Omdat je je schaamt als je ’s nachts de kou van het lege laken tegen je lichaam voelt.

Na ieder toiletbezoek de bril naar beneden doen, om rekening te houden met de ander, die er niet is.

Twee kranten kopen, om de ruzie te voorkomen, die niet kan ontstaan.

In huis briefjes ophangen, waar de ander aan moet denken, om het zelf niet te vergeten. Met drie hartjes onderaan de gele post it.

HOME OF THE LIGHT – JIP9

 

IMG_1588

IMG_1590

 

Bundel schrijfatelier studenten 2018

 

Wat gebeurt er als je wel blijft kijken?

Opnieuw leren waarnemen zonder oordelen verrijkt je als kunstenaar en verrijkt je in je persoonlijke en professionele leven. Je openstellen voor wat zich aandient. Kijk je met nieuwe ogen, dan ontdek je schoonheid in dingen waar je normaal overheen kijkt.

Je start met het leren schrijven van korte momenten. Teksten waar alle ruis uit is. Die alleen dat ene tijdsmoment, dat ene detail of die ene ervaring omschrijven. Zonder mening, zonder mooimakerij, zonder inleiding of conclusie. De kunst van het schrijven wordt hierin meteen voelbaar; dit is namelijk lastiger dan je denkt. Want we willen al heel snel onze smaak of mening of onzekerheid op het materiaal drukken. De kunst is om dit te leren onderscheiden en loslaten. Alle woorden die je gebruikt zo te plaatsten, om je object of ervaring echt weer te geven. Zodat de lezer ziet wat jij zag en voelt wat jij voelde.

In dit atelier krijg je waarnemingsopdrachten. Bijvoorbeeld door zintuigen uit te schakelen, zodat je ontdekt of je andere zintuigen wel gebruikt bij waarnemen. Wandelen met een blinddoek of elkaar waarnemen via je handen.

Ook krijg je oefeningen om zo gedetailleerd mogelijk te schrijven en herschrijven zonder oordeel of mening.

Uiteindelijke gaan we steeds meer de diepte in en onderzoeken en schrijven we over ogen, kijken, zien. Wat gebeurd er als je niet wegkijkt en blijft kijken naar dat wat er om je heen gebeurd?

Onderzoeken we voor welke ogen je kunt leven in deze wereld en hoe je beweegt in een wereld vol ogen die ‘lijken’ te kijken.

Hoe ben jij, in het dagelijks leven, in de kleine handelingen, bezig met de ogen van een ander?

Je gaat intensief schrijven, opnieuw leren waarnemen, korte verhalen lezen, teksten bespreken, leert herschrijven tot het klopt en je werkt toe naar één uiteindelijke tekst die vervolgens gebundeld wordt.

De bundel delen we vervolgens uit, om gelezen te worden door de ogen van de ander.

IMG_1584IMG_1579IMG_1580IMG_1581IMG_1583

Omslagontwerp bundel: Jacob Colenbrander

WAAROM HUILEN VOGELS NIET? /1

 

De kamer waar ik in mag wonen bestaat uit grote vierkante ramen. Zo zien ze precies wat ik doe, op ieder moment van de dag.

Vogels vliegen in het donker naar plekken waar warmte en licht lijkt te zijn. Ze vliegen naar mijn kamer toe. Dan vliegen ze, met een vaart, tegen mijn raam.

Ik buk om te zien wat voor vogel nu de warmte moet missen. Met mijn handen duw ik zijn vleugels tegen zijn lijfje aan en pak de vogel op. Nog warm ligt het in mijn handen, ademloos.

Gelukkig huilen vogels niet.

Ik loop met de vogel in mijn handen naar de keuken. Uit een lade pak ik een diepvriesbakje, waar ik de vogel in leg. Het deksel duw ik op het bakje waardoor de veren tegen elkaar aan gedrukt worden. Met aluminiumfolie wikkel ik het bakje in en schrijf met een zwarte stift de datum erop. Ik trek de vriezer open en plaats het naast de andere, in aluminium verpakte, bakjes.

Ik loop terug naar mijn glazen kamer en ga voor het raam zitten, wachtend tot de volgende.

Gelukkig huilen vogels niet.

 

 

 

 

VLUCHTROUTE /1

Ze vragen ons: ‘Zie je dingen die niet kloppen wanneer je je ogen sluit?’
Ik antwoord dan: Ik sluit mijn ogen niet.’
Ze vragen ons: ‘Wat zou je willen, als je hier niet zou zitten?’
Ik antwoord dan: ‘Waarom moet ik altijd iets willen?’
Ze vragen ons: ‘Zou je nu in dezelfde situatie hetzelfde doen?’
En elke keer probeer ik te liegen, maar lukt dat niet en
zeg ik: ‘Ja’. En dus blijf ik hier.
Ze vragen ons: ‘Hoe voel je je vandaag?’
Ik antwoord dan: ‘Waarom moet ik voelen?’
Ze vragen ons: ‘Wanneer gaat het mis?’
Ik antwoord dan: ‘Als ik mijn ogen sluit.’
Ze vragen ons: ‘Waarom blijf je lopen?’
Ik antwoord dan: ‘Omdat we vastzitten en niet anders weten.’
Ze vragen ons: ‘Lijkt het weleens alsof iemand je naam roept?’
Ik antwoord niet.
Ze vragen ons: ‘Wat zou je willen?’
Ik antwoord dan: ‘Ik zou niets willen.’
Ze vragen ons: ‘Zou je even willen stilstaan?’
Ik antwoord dan: ‘Dat durf ik niet.’
Ze vragen ons soms dagen niets; kijken alleen.
En wij blijven doorgaan, omdat we niet beter weten.
Ze vragen ons: ‘Wat zou je willen?’
En uiteindelijk denk ik: Ik zou de hoop willen vergeten.

PRODUCTIE: VLIEG NIET ALS JE GEEN VLEUGELS HEBT

Pubers gaan ‘het helemaal anders doen’. In de bossen komen ze onverwachte bedreigingen tegen. Hebben ze de samenleving toch meer nodig dan gedacht?

Masterfilm: Vlieg niet als je geen vleugels hebt van Esmoreit Lutters, student aan het RITCS te Brussel.

De film wordt opgenomen tussen 10 en 18 augustus 2017 op locatie in Hongarije.

INHOUD

Vlieg niet als je geen vleugels hebt vertelt het verhaal over vier Nederlandse pubers die het gevoel hebben ‘even weg te moeten’ uit de dagelijkse sleur.

Wat als je 15 jaar oud bent en totaal niet begrepen voelt in de wereld? Wat als je even weg wil, weg uit dat wat je kent, en  dan ook echt gaat? Wat kom je tegen? Wat ontdek je? Hoe leef je zonder verplichtingen en zonder zorgen voor grote keuzes?

Kun je tegenwoordig nog wel kind zijn in deze maatschappij?

Vlieg niet als je geen vleugels hebt wordt de masterfilm van Esmoreit Lutters, die deze vragen op improviserende wijze, samen met vier jonge acteurs, gaat onderzoeken.

 

ACTEURS
Ninnoc Wouters
Joao van Uden de Saldanha e
Maxim Zewe
Sophie Wouters

CREW

Esmoreit Lutters– regie
Lisa van der Hoeven– assistent regie
Silvian Hettich – cinematografie
Valentin Beyer – opnameleider
Flore Lutters – productie
Lasse van Strien – productie
Frans Lutters – begeleiding acteurs/kok

480A1685

21231217_1518435818195761_6670453895310459548_n

480A2445

480A1761

480A2875

Fotografie: Sofie Gheysens

DE OGEN VAN DE GROTE BOZE WOLF

De klak van mijn hakken vult de lege donkere gang van school. Alle andere studenten zijn of al naar huis of zitten ijverig te werken in de lokalen. Mijn heupen schudden met iedere pas die ik zet. Mijn schouders draaien mee op het ritme. Mijn kin gaat omhoog richting het plafond en mijn lippen vormen en zelfverzekerde grijns. God, wat loop ik op dit moment sexy zeg. Vol enthousiasme loop ik verder door de lange gang. De gang mijn catwalk. Aan het einde van de gang zie ik mijn reflectie in de grote glazen deur. Ik zie mijn kin die bijna naar het plafond reikt. Ik zie mijn heupen die bij ieder pas op en neer deinen, ik zie mijn haren zwaaien, ik zie mijn zelfverzekerde grijns. Maar ik zie ook mijn armen langs mijn lichaam op een neer bungelen. Als twee touwen die hangen en niet weten wat ze aan het doen zijn. Ze hangen, schommelen, bungelen en zijn allesbehalve sexy.

Ik sabbel op een loszittend velletje dat aan mijn lip hangt en ik sta stil. Ik staar naar mijn armen die langs mijn lichaam hangen. Ze zijn veel te lang of uit proportie of horen niet zo te hangen. Met mijn ene hand pak ik de onderkant van mijn blouse stevig vast waardoor de spieren in mijn onderarm zichtbaar worden. Mijn andere arm houd ik stevig langs mijn lichaam. Verkrampt. Ik loop verder de gang in zoals ik net liep en kijk weer naar mijn reflectie in de glazen deur. Ik zie weer hoe mijn heupen op en neer deinen. Ik kijk opnieuw naar mijn lippen, die nu een poging doen tot een zelfverzekerde glimlach. En ik kijk naar mijn armen, die nu als gesteente aan mijn lichaam vastzitten. Geen deel uitmaken van mijn lichaam maar als mislukte toevoeging erbij zijn gekomen. Wat moet ik in godsnaam met die armen?

De volgende ochtend kom ik op het station van Arnhem aan en loop ik door de grote hal naar de uitcheck poortjes. Wat loopt die raar. Moet je dat zien. Dat klopt niet, die bewegingen. Ik probeer mijn rug iets te rechten en kijk naar mijn armen die opnieuw als twee debielen aan het bungelen zijn. Direct loopt ik de Ah to go in en bestel een kop koffie. Ik heb helemaal geen zin in koffie. Wanneer ik naar buiten loop steek ik direct een sigaret op en loop richting school. In mijn ene hand een sigaret en in de andere hand een kop koffie. Nu klopt het. Nu loop ik goed. Met een rechte rug, heupen die op en neer deinen en zonder bungelende armen loop ik de straat uit. Bij ieder stukje dat ik voortaan moet lopen, zorg ik dat ik een kop koffie en een sigaret in mijn handen heb.

Thuis plof ik op de grijze bank. Kleine stofjes vliegen omhoog. Ik sla het filosofiemagazine, dat op mijn schoot ligt, open. Ik lik het puntje van mijn wijsvinger, zodat ik grip krijg op de bladzijdes. Ik krabbel de restjes nagellak van mijn nagels. In het filosofiemagazine staat een artikel over Jean-Paul Sartre. Vader van het existentialisme, staat er met grote blauwe letters boven.

In dat artikel staat geschreven dat het bestaan een proces is waarin een persoon zichzelf moet ontwerpen door zijn eigen keuzes en acties. Sartre was van mening dat de mens bij geboorte geen essentie heeft meegekregen maar de mens zichzelf in deze zinloze wereld moet ontwerpen. Dat geeft ons als mens een grote vrijheid en tevens een enorme verantwoordelijkheid, beiden kunnen als last ervaren worden. ´We zijn gedoemd tot vrijheid’ is een van Sartre ’s bekende uitspraken. Door het maken van keuzes is er de mogelijkheid om een actief en authentiek leven te leiden. Doen we dit niet of blijven we argeloos wachten, dan laten we na onszelf te ontwerpen.

In het filosofiemagazine staat ook dat het maken van eigen keuzes niet altijd even makkelijk is, omdat de ander in het leven je altijd ziet als een bepaald persoon, met bepaalde karaktertrekken. Terwijl die eigenschappen juist keuzes zijn die je zelf kunt bepalen. Maar het maken van keuzes is volgens Sartre een moeizaam proces omdat je altijd vecht tegen de visies van anderen over jezelf. De ander is volgens Sartre eigenlijk altijd een last omdat ze een object van je maken. Want wat gebeurt er met mijn eigenheid, met mijn subjectiviteit, wanneer ik binnen het blikveld van een ander ben? Op dat moment word ik een object binnen de wereld van die ander. Daarom is het contact tussen mensen altijd een gevecht over wiens subjectiviteit wint. De blik van de ander is de dood van mijn subjectiviteit. ‘De hel, dat zijn de anderen’, zegt Sartre dan ook.

Hoe leef ik voor mezelf en niet voor de ander? Wanneer de gedachte in mijn hoofd opdoemt dat ik zielig ben als ik single ben, ben ik meer bezig om voor de ander te leven dan voor mezelf. Ik schaam me namelijk voor mezelf, om de angst hoe de ander naar mij kijkt. Dus eigenlijk is het leven een grote invuloefening? Ik vul voor de ander in dat hij/zij mij zielig vindt wanneer ik single ben. Dus eigenlijk ben ik een slaaf van mijn eigen invuloefening.

Wat vult Parship voor mij in, door de slogan te gebruiken: ‘Jij bent veel te leuk om single te zijn’. Daarmee wordt gesuggereerd dat er een verband ligt tussen leuk zijn en een relatie hebben.

Het plein wordt gevuld met het gelach, geroezemoes en het klinken van wijnglazen tegen elkaar. Het snoer met gekleurde lichtjes die verstrengeld door de boom loopt zorgt voor sfeer, althans dat is de bedoeling. Op het tafeltje voor me ligt een groen tafelkleed. Het kleed doet me denken aan zo’n zeil dat je onder in je tent legt. Het vaasje met oranje nep bloemetjes maakt het plaatje compleet. Voor me staat een glas rode wijn, maar door de gekleurde lampjes in de boom lijkt het geen rood maar groen. Ik pak het glas vast, pink omhoog en buig naar voren om een slok te nemen. Zit ze daar nou in haar eentje. Ach, wat zielig. In haar eentje wijntjes drinken. Hoe houdt zij haar glas nou vast? Slurpte ze nou. Ik zet het glas terug op het groene tafelzeil en leun terug naar achter. Mijn handen hou ik onder de tafel. Ik schraap de restjes lijm onder mijn nagels vandaan en frunnik aan het elastiekje dat onderaan mijn vlecht hangt. Hoe drink je een glas wijn? Hoe houd ik het glas vast? Bij het steeltje? Met een pink omhoog? Bij het glas? Breng ik het glas naar mijn lippen of mijn lippen naar het glas? Of ontmoeten we elkaar ergens halverwege?

‘Je moet niet zo boos kijken hoor’. Ik draai me om. Achter me staat een collega die ook klaar is met werken. Hij gooit zijn felgroene eastpak op de grond naast het tafeltje en ploft op de stoel tegenover mij. ‘Lau, mag ik een Duveltje! Zet maar op mijn nummer.’ Laura die met haar net iets te korte rokje de tafeltjes aan het schoonmaken is, steekt haar duim op en loopt naar binnen. Het gele doekje ligt op het tafeltje dat besmeurd is met de saus van de spareribs. ‘Waar dacht jij aan, dat je zo boos keek?’ Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Ik was alleen maar aan het denken.’ Hij kijkt naar de deur om te zien waar zijn Duveltje blijft. ‘Nou dat zag er ook niet vrolijk uit. Stop maar met denken als je daar zo boos van gaat kijken.’ Kijk ik echt zo boos als ik denk? Hoe moet ik dan denken?

Elisabeth Troch schrijf in Hardhoofd in 2013 een artikel.
Ze schrijft daarin dat het haar zelfs in bed niet lukte om haar zelfbewustzijn uit te schakelen.

‘Ik hou van seks, ik haal enorme vreugde uit intimiteit, maar ik heb nog nooit een orgasme gehad. Nooit? Nooit. Jaren heb ik gedacht dat dit lag aan het onhandige gestuntel van mijn bedpartners, maar intussen weet ik het zeker: het is mijn kop die me dwarszit. Mijn vriendinnen bekijken mij met medelijden en bestoken me met tips: masturberen! Porno kijken! Een joint roken! Goed bedoeld, maar ze snappen het niet. Klaarkomen is vooral een kwestie van je zelfbewustzijn uitschakelen, en daar ligt mijn probleem. Het klinkt raar, ik weet dat mijn vriend van me houdt, echt, toch lukt het niet me écht te laten gaan. Alsof ikzelf naast het bed zit toe te kijken en commentaar geef.

Opgedragen worden te ontspannen, ook al betaal je ervoor, is niet bepaald ontspannend. Het is een voorbeeld van ‘ironic processing’: ontspan! ‘Ontspan!’ denken is hetzelfde als proberen niet aan een wit paard te denken. ‘Kom klaar! Kom klaar’, is helemaal een hopeloze opdracht.’

Filosoof Coen Simon schreef in 2016 een artikel voor de Trouw over schaamte: ‘Schaamte is het enige adequate antwoord op de oorspronkelijke onwetendheid van de mens. Nadat Adam en Eva het fruit in bezit namen dat van niemand was “gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.” Dat is wat schaamte doet: ze verstopt iets om iets anders te laten zien. Of beter nog: ze gebruikt alleen het gebaar van het verbergen om iets aan het licht te brengen wat niet simpelweg kan worden aangewezen. God weet zelfs pas dat ze van het verboden fruit hebben gegeten als hij de kenmerkende eigenschappen van schaamte ziet.’

Is het dan dat ik te zelfbewust ben of is het juist mijn onwetendheid?

De sinaasappels gaan onder in de tas samen met de meloen, het stuk kaas, rijst, uien, en de allesreiniger met aardbeiengeur. Bovenop gaan de tomaten, crackers, bananen en de zak chips. Ik duw de zak chips iets verder de tas in zodat hij minder uitsteekt, maar de tas is te vol. Ik loop de Plus uit en loop over het plein richting huis. Ik stap door de plassen water die op de stenen liggen en probeer mijn jas over de tas te trekken. Een blonde lok is losgekomen uit mijn vlecht en hangt voor mijn gezicht. Ik blaas maar de lok valt direct weer terug in mijn gezicht. Ik zet de boodschappentas op de grond en houd met mijn andere hand mijn handtas vast. Ik duw de lok terug in mijn vlecht en buk opnieuw om de tas op te pakken. De mensen op de bankjes kijken me aan, ik loop door. Dat eten is niet alleen maar voor mij hoor. Ik ga dat echt niet allemaal alleen opeten.

Het warme water stroomt langs mijn rug omlaag. Het meeste water wordt tegengehouden door mijn lange haren zodat mijn schouders langzaam steeds kouder worden. Ik heb een standaard volgorde hoe ik mijn lichaam was. Eerst mijn voeten, dan mijn billen, borsten, nek en dan mijn haar. De rest wordt vanzelf wel nat. Ik staar naar mijn roze tenen. Boven de douche zit een koepel. Zo’n koepel dat als je daar nu op het dak zou zitten, je mij zou zien douchen. Dus staar ik altijd naar mijn tenen. Maar voordat ik me ga afdrogen waag ik een blik naar de koepel.

Tegenwoordig zijn bijna alle boeken gericht op het publiek. Denk aan je publiek! Neem je lezers mee. Iets wat Italo Calvino niet doet. In zijn boek Als op een winternacht een reiziger, laat hij ieder hoofdstuk abrupt eindigen, precies op het moment dat de spanning toeneemt, en je als lezer door wilt lezen. Italo Calvino houdt geen rekening met zijn lezers. Italo Calvino schrijft compromisloos. Ik ben jaloers, ik zou compromisloos willen leven.

Ik vul de gedachtes van andere mensen om me heen in waardoor ik me ga schamen. Ik ga ervan uit dat de mensen om me heen gedachtes hebben over mij wanneer ik uit de supermarkt loop met een tas vol met eten. Zo die heeft honger. Jeetje gaat ze dat allemaal alleen opeten? Ik ga ervan uit dat mensen gedachtes hebben over de manier waarop ik loop.

Simone van Saarloos schrijft in Het monogame drama: ‘Ik schrijf: graag ‘genoeg’ of niet ‘genoeg’. Dat is eigenlijk heel raar, want wat betekent dat? Genoeg voor wat? In een conventionele relatie zijn daar misschien bepaalde speerpunten voor, bepaalde regels. De polyamoristen in Parijs noemen het de ‘roltrap’: je komt in een relatie langs allerlei toetsen die het ‘genoeg’ moeten bevestigen. Wil jij met mij mijn verjaardag vieren, op vakantie, samenwonen, etc.? Als daar te veel nee’s klinken, is de conclusie: er is niet ‘genoeg’. Als je weigert om op die roltrap te stappen, dan moet je je eigen criteria voor ‘genoeg’ verzinnen en vertrouwen.’

Misschien moet ik mijn eigen criteria voor ‘genoeg’ veranderen.

Milan Kundera schreef in de ondraaglijke lichtheid van het bestaan over de ogen waar je voor kunt leven.

‘De eerste categorie verlangt naar een eindeloze hoeveelheid anonieme ogen, met andere woorden, de blik van een publiek. De tweede categorie omvat mensen die om te leven veel bekende ogen nodig hebben. Dat zijn de onvermoeibare organisatoren van cocktailparty’s en diners. Dan komt de derde categorie mensen, die er behoefte aan hebben steeds in de blik te zijn van een geliefd persoon. En tot slot de vierde categorie, de zeldzaamste, van mensen die leven onder de denkbeeldige blik van een afwezig publiek. Dat zijn dromers.’

De vierde categorie van Milan Kundera is volgens hem de zeldzaamste. Want het zou ook vreemd zijn als je tegen een ander vertelt dat je voornamelijk bezig bent met al die mensen om je heen. Daar wordt niet over gesproken, misschien lijken ze daarom zo zeldzaam.

Met welke ogen ben ik eigenlijk bezig? Ik ben niet bezig met het hele land zoals Obama is. Ik bedoel ‘Yes we can’ zegt hij toch echt niet enkel tegen zijn vrouw in bed. Voor welke ogen leef ik?

Misschien doe ik mijn ogen wel even dicht. Mag ik mij nu even terugtrekken?

 

© Lasse van Strien